Uit het Archief

Luchtopname Molencomplex

Het oorspronkelijke molencomplex omstreeks 1992

In ons archief bevindt zich een foto, waarop het oorspronkelijke molencomplex goed zichtbaar is. Het woonhuis , de schuur en de arbeiderswoningen vormden samen met de molen een uniek geheel. In 2003 is de huidige, eveneens fraaie, nieuwbouw daarvoor in de plaats gekomen.

Drie ingezonden foto’s

Van mw. Hannie Wierda uit Joure komen de foto’s die, hoewel nog niet heel lang geleden gemaakt, de situatie van vóór de restauratie laten zien.

Zij schrijft:

“Ik ben op een winderige zondagochtend naar de molen toegegaan omdat hij met flinke vaart stond te draaien, ik dacht dat hij losgebroken was!

Gelukkig was er niets aan de hand, er waren twee jonge molenaars aan het malen.
Omdat er zo’n mooie wind was konden ze de voorraad meel weer aanvullen.

Ik werd gastvrij ontvangen en kreeg een prachtig uitleg op al mijn vragen, wat een leuke ervaring was dat!”

Twee opnamen uit de zeventiger jaren

Van dhr. Jan Wouter Jellema uit IJsbrechtum kregen wij toestemming deze twee, uit zijn collectie afkomstige, opnamen van Penninga’s Molen in deze rubriek te publiceren. Beide foto’s zijn halverwege de zeventiger jaren gemaakt. Onderstaande, naar het Westen gemaakte, foto toont de molen in een nog landelijke omgeving, kort voor de ontwikkeling van de nieuwbouwwijken.

De tweede foto is genomen naar het Zuiden, op de achtergrond is de E.A. Borgerstraat al zichtbaar. De molen staat gevangen met vier halve zeilen scherp voor. Ook hier is het ruimtelijk effect rond de molen nog steeds zichtbaar; nog niet omringd door bedrijvigheid en woonwijken. De parkachtige omgeving van nu is idylisch, maar sterk afwijkend van z’n oorspronkelijk open Friese biotoop.

De voormalige standplaats van De Jonge Dolfijn

In het archief van de stichting bevinden zich een drietal foto’s, gemaakt in juni 1973 van de voormalige standplaats van De Jonge Dolfijn. In juni 1900, dus bijna 75 jaar eerder, kocht Auke Penninga de Westzaner pelmolen en liet hem met een skûtsje over de Zuiderzee naar Friesland overbrengen. Na herbouw in Joure ging de tot korenmolen verbouwde Zaankanter door het leven als De Jonge Wester, maar werd beter bekend als Penninga’s Molen.

Hoewel de huidige Westzaner situatie niet veel verschilt met van die van 1973, is aan de horizon de aanleg van de A8 zichtbaar en is de Koogse wijk Havezathe nog niet gebouwd. Pelmolen Het Prinsenhof, destijds -van 1791 tot 1815- in bezit bij dezelfde eigenaar als De Jonge Dolfijn, staat evenals nu in een nagenoeg ongeschonden deel van het Westzijderveld. Het Koperenbergsepad is inmiddels omgedoopt in Jonge Dolfijnstraat. De Jonge Dolfijn stond halverwege en ten Noorden daarvan.

Een idyllisch plaatje

Een bijzondere foto, een van de weinige waarop Penninga’s Molen in het zeil te zien is. Opvallend zijn de gezwichte, half weggerolde zeilen, die schuin over de borden zijn getrokken. Meer gebruikelijk is het deze naast de roed opgerold vast te zetten. De foto is rond 1910 door de Leeuwarder fotograaf H. van Kampen gemaakt en afkomstig uit het Tresoar-archief, ID 14279.

Een nieuwe steenbeugel in 1908

Op 26 oktober 1908 meldt molenaar Penninga per briefkaart aan molenmaker Visser uit Heerenveen dat de steenbeugel, waar de steen bij het optakelen met de steenkraan aan hangt, doorgezakt is. Dat dit geen brokken heeft opgeleverd is wel heel gelukkig, want een zeventiender steen weegt 1440 kilogram, is 40 cm dik en 1,50 meter in diameter. Op de bijgevoegde illustraties is de toen nieuw vervaardigde steenbeugel te zien.

Penninga’s Molen beschikt over drie maalstoelen, waarvan twee voorzien zijn van blauwe zeventienders en één 17der kwarts-kunststeen. De steen op de foto toont duidelijk het scherpsel, dat bestaat uit de hoger gelegen kerven en de lager liggende uitslagen. Ook goed zichtbaar is de viertaksrijn, die via het staakijzer en de steenspil de lopersteen aandrijft. De liggersteen daaronder is statisch en eveneens van scherpsel voorzien.

De steenbeugel waar Penninga aan refereert is die van De Welgelegen, destijds ook bekend als Tjepkema’s Molen in Heerenveen.

Steenbeugel, 17der blauwe steen met viertaksrijn

Mogelijk 350 jaar oude plank met inscripties

Tijdens de restauratiewerkzaamheden is in de molen een plankdeel met een veelvoud aan inscripties daarop aangetroffen. De plank lijkt afkomstig uit De Westerberg, de in 1900 verbrandde voorganger van de Jouster korenmolen. Met de enorme hoeveelheid initialen kom je niet heel ver; het kunnen molenmakers maar net zo goed molenaars zijn. De namen Heringa en (op de achterzijde) Gooringa suggereren een Friese herkomst. De Westerberg is van kort na 1776, want toen verdween z’n in 1664 gebouwde voorganger. Met de jaartallen 1758, 1760 en 1763 zou de plank dus afkomstig kunnen zijn uit de eerste Westermolen en kennelijk vanwege de inscripties hergebruikt en zo bewaard. Dan is er nog de mogelijkheid dat de Friese namen er later ingekerfd zijn en het dus een plank uit De Jonge Dolphijn (1695) zou zijn, maar dat is niet heel aannemelijk. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat het een molenvreemd object betreft, dat bij eerdere bebouwing op of rond het molenerf heeft behoord.

 

Nota van A. Penninga

Van korenmolen De Westerberg, een grondzeiler, is geen foto of documentatie bewaard gebleven. Uitsluitend de notariële transportaktes van 16 maart 1874, wanneer molenaar Jan Voskuil De Westerberg aan Sytze Penninga verkoopt en die van 12 februari 1897, waarin de Wed. Akke van der Hoek de molen overdoet aan haar zoon Auke Penninga. Slechts één blanco nota resteert en gelet de datering 19.. zijn deze kort voor de brand van 13 op 14 april 1900 gedrukt bij De Vries en Muurling te Joure. Korenmolen De Westerberg werd kort na 1767 gebouwd als opvolger van een eerdere Westersche Molen, die van 1664 dateert.

Het Molencomplex

  

 

Bij de voorbereiding van de restauratie, maar ook bij de uitvoering daarvan, is regelmatig teruggegrepen op archiefmateriaal. Gelukkig is Penninga’s Molen goed gedocumenteerd en ook bij Tresoar in Leeuwarden is veel (foto-)materiaal voorhanden. Wanneer de beide afbeeldingen uit de vroege jaren na 1900 nauwkeuriger worden bekeken, valt op dat bij de ansichtkaart (poststempel 1907) met daarop Bauke Zijlstra, een zwager van Auke Penninga, het woonhuis van andere bouwaard is dan dat op de duidelijk iets later gemaakte opname. Het lijkt aannemelijk dat het Penninga voor de wind ging, want het complex werd uitgebreid met een nieuw opgetrokken woonhuis met schuur en arbeiderswoning(en) daar weer achter. Het is nog niet eens zo heel erg lang terug dat dit ensemble ten behoeve van de, overigens zeer fraaie, nieuwbouw werd vervangen.